Kook de stukjes appel ongeveer 10 minuten in water met het kaneelstokje.
Laat de appels goed uitlekken in een zeef en verwijder het kaneelstokje.
Stamp de appels op een bord of in een kom met een vork tot puree.
Voeg 1 eetlepel honing en de rietsuiker toe en roer alles goed door.
Leg een vel bakpapier in de bakvorm en leg het uitgerolde bladerdeeg erop.
Druk het bladerdeeg met je handen in de vorm.
Knip het overtollige bladerdeeg en bakpapier af met een schaar.
Prik met een vork gaatjes in de bodem.
Schep de appelpuree met een lepel in de bladerdeegbodem.
Snijd de laatste appel in dunne schijfjes en breng op smaak met 1 theelepel kaneel en de rest van de honing.
Leg de appelschijfjes netjes op de taart.
Versier de taart eventueel met sterretjes of hartjes van het overgebleven bladerdeeg en prik ze in met een vork.
Bak de taart 25 tot 30 minuten in de oven, tot hij goudbruin is.
Laat de taart even afkoelen en maak intussen de gelei volgens de gebruiksaanwijzing.
Breng de gelei aan op de taart en laat afkoelen tot de gelei stevig is.
Notities
Benodigdheden: bakvorm van 23 cm, bakpapier, schaar, klein sterretjesvormpje en zeef. In plaats van gelei kun je vóór het bakken ook alleen honing en suiker over de taart strooien.